Lucaswolde

Het streekdorp Lucaswolde is momenteel de kleinste kern van de gemeente Marum. Het dorp dat tussen Marum en Boerakker ligt, ten noorden van de snelweg A7, heeft 220 inwoners.

Lucaswolde was van oudsher een langgerekt dorp dat bestond uit ‘wildland’ van veen en struikgewas. De bebouwing was vroeger zeer verspreid en bestond slechts uit enkele woningen. Het land behoorde toe aan boeren uit Marum, Niebert en Nuis. Lucaswolde wordt ten noordoosten en ten zuidwesten begrensd door de buurtschappen De Jammer en De Snipperij.

Tijdens de middeleeuwse transgressieperiode van 1200 tot 1500 n. Chr., toen er veel wateroverlast ontstond, waren de inwoners wel gedwongen daartegen iets te ondernemen. Kort na het jaar 1250 werden in deze streek de eerste dijken opgeworpen. Ook langs de hooggelegen gasten werden dijkjes opgeworpen, leidijken genoemd, die het water dat via afvoersloten en open riviertjes binnendrong, moesten buitensluiten. Tegelijk dienden ze als kering tegen het water uit de hooggelegen veengebieden van Opende en Noordwijk.

Ten noorden van het Oude Diep, langs de zuidkant van de gast Opende-Kornhorn, werd een leidijk aangelegd: vanaf Trimunt via Noordwijk naar Lucaswolde. Over deze middeleeuwse leidijk is kortgeleden een fietspad aangelegd. Wie daar overheen fietst, kan zien dat er van de afmeting van een dergelijke dijk geen overdreven voorstelling gemaakt moet worden. De hoogte varieert van ongeveer 50 cm tot 1 meter .

Lucaswolde zelf, wordt voor het eerst vermeld in 1385. Toen ondertekende pastoor Luppold, namens de boeren van Lucaswolde een officieel stuk, waarin afspraken over de waterafvoer in dit deel van Vredewold waren geregeld.

Klooster

In 1528 werd, volgens het archief van Nienoord, door Anno thoe Melyck een ‘gras land’ verkocht ten behoeve van ‘het nieuwe convent’; een klooster met bijbehorende kapel, gesticht te Lucaswolde door de ‘Susteren van Reyde’. Deze zusters dominicanessen bewoonden vanaf 1376 tot aan het begin van de 16e eeuw een nonnenklooster in Oosterreyde, bij Termunten en verhuisden in 1528 naar Lucaswolde. Mogelijk werd de kerk van Lucaswolde aan deze ‘Susteren van Reyde’ overgedragen.

Vermoedelijk is het convent te Lucaswolde tijdens de 80-jarige oorlog verwoest en afgebroken.

Van dit ‘conventshuis’ dat er dus niet al te lang heeft gestaan, schijnen lang geleden de fundamenten te zijn teruggevonden. Waar precies dit klooster heeft gestaan is momenteel echter niet bekend. In de omgeving is wel een nieuw fietspad aangelegd, dat waarschijnlijk ligt, op of nabij een oud pad, het Kloosterpad.

Lucaswolde heeft zich verder niet als een kerkdorp met een kern ontwikkeld. Omdat het streekdorp in feite alleen vanuit het westelijker gelegen Noordwijk was te bereiken, wilden de bewoners graag een verbindingsweg met Boerakker. In 1878 werd deze wens vervuld en viel het besluit om een zandweg naar Boerakker aan te leggen. Deze zandweg werd in 1905 verbeterd met een grindlaag en nog een jaar later voorzien van een laag steenslag. Zo is dan de Hoge Tilweg ontstaan.

Tussen 1938-1960 zijn er voorbereidingen getroffen tot de oprichting van het waterschap ‘Oude Riet’ en zijn de eerste ruilverkavelingen uitgevoerd. Archiefstukken betreffende deze voornemens en uitvoeringen zijn digitaal beschikbaar via de website Archiefnet